Site Loader

In de regio rond Dinant heb je geen teletijdmachine nodig om naar het verleden af te reizen. De valleien in deze streek herbergen abdijen en karaktervolle dorpen waarvan de geschiedenis ver teruggaat in de tijd. Wat meer afgelegen liggen de restanten van eeuwenoude kastelen, die tot leven gebracht worden door de vele legendes. In lang vervlogen tijden waren ze het decor voor heldhaftige gevechten en tragische liefdesverhalen. En drama, véél drama.

Dinant

Dinant, dochter van de Maas

De stad Dinant trekt met z’n idyllische ligging aan de Maas jaarlijks vele toeristen naar Wallonië. Dagjestoeristen poseren maar al te graag bij Mr. Sax of bij één van de kleurrijke saxofoons op de Charles de Gaulle brug. En dan zijn er nog de kleurrijke, smalle huisjes die contrasteren tegen de donkere rotswand: een picture perfect die iedereen wil vastleggen. Ja, ik ook! Noem het gerust een Belgische klassieker.

Dè eyecatcher is de citadel, die vanop een rotsachtige wand waakt over de stad en z’n inwoners, de ‘Copères’. Die bijnaam hebben ze wellicht te danken aan de vele koperslagers die er vroeger gevestigd waren, al bestaan daar verschillende theorieën over. Het eerste gevestigde bouwwerk dat opgetrokken werd in Dinant zou teruggaan tot de 11e eeuw. De burcht werd herhaaldelijk verwoest en terug opgebouwd, tot de machtige citadel die ze vandaag is. De citadel is bereikbaar met de wagen, maar voor een meer authentieke beleving ga je natuurlijk met de kabellift of te voet. Nadat je de 408 treden getrotseerd hebt, heb je je work-out wel gehad en mag je genieten van het uitzicht.

Een lokale lekkernij die je zeker eens moet proberen is de ‘Couque de Dinant’. Een Dinantse koek is gemaakt van honing en bloem en is steenhard. Zet er je tanden dus niet te enthousiast in als je je volgende bezoek aan de tandarts nog even wil uitstellen. Breek stukjes van de koek, om ze in je mond te laten smelten. Patisserie Jacobs is één van de oudste bakkerijen in Dinant, waar de befaamde koeken al sinds 1860 (!) geproduceerd worden.

Drie dames met hartzeer

Amper twee kilometer verderop ligt het middeleeuwse stadje Bouvignes-sur-Meuse, ooit duchtig tegenstander van Dinant. Aan de achterkant van de oude Sint-Lambertuskerk start een wandelpad naar de ruïnes van het kasteel van Crèvecoeur, waarvan het oudste gedeelte dateert uit 1320. De site is vrij toegankelijk. Je zal er verrast worden door een prachtig uitzicht over de Maasvallei. Het uitzicht reikt zelfs tot aan de ruïnes van Poilvache, aan de andere kant van de Maas. Vlak onder je ligt dan weer de stadskern van Bouvignes. Op het kleine stadsplein van Bouvignes-sur-Meuse vind je het ‘Maison du patrimoine médiéval mosan’, een geschiedkundig museum van de streek.

‘Crèvecoeur’, wat net zoveel betekent als ‘hartzeer’, verwijst naar de legende van de drie dames. Die legende vertelt dat er drie vrouwen aanwezig waren in het kasteel toen de soldaten van de Franse koning Hendrik II probeerden binnen te dringen. Ze zagen hoe hun geliefden sneuvelden bij het verdedigen van het kasteel. De vrouwen namen elkaars hand vast en wierpen zich van de kasteeltoren de diepte in.

In Falaën, een land hier ver vandaan…

Het zou zo de eerste zin kunnen zijn van een sprookjesverhaal, toch? Het dorp Falaën ligt gewoon in ons eigen Belgenlandje, maar de naam spreekt tot de verbeelding. Falaën, uitgeroepen tot één van de mooiste dorpen van Wallonië, is heel landelijk gelegen in de vallei van de Molignée (een zijrivier van de Maas). De dorpskern van Falaën wordt getypeerd door kalkstenen huizen en smalle straatjes. Net buiten de kern kan je de torens van de kasteelhoeve spotten, die dateert uit de 17e eeuw. De kettingen aan de ingang zijn een restant van de ophaalbrug waarover het kasteel vroeger beschikte, toen het nog omgeven werd door een slotgracht. De kasteelhoeve is privé-eigendom en kan niet bezocht worden.

De groene vallei van de Molignée is rijk aan streekproducten. Denk maar aan forel uit de rivier en ercargots uit de slakkenkwekerij van Warnant. En kaas natuurlijk. Naast de abdijkaas van Maredsous vind je in Falaën ook kaas van een plaatselijke boerderij.

Verboden liefde op kasteeldomein Montaigle

De kerk van Falaën is het startpunt van een prachtige wandeling naar de kasteelruïne van Montaigle. Je volgt de rode rechthoek nr. 5 en verlaat het dorp langs een veldweg. Eens je het bos bereikt hebt, duurt het niet meer lang voor de overblijfselen van het kasteel van Montaigle oprijzen op een rotsachtig plateau, middenin het groen. Een paradijselijke locatie! Wandel door de overblijfselen van dit middeleeuwse kasteel – ooit een majesteuze gravenwoning met ridderzaal en uitkijktoren – en laat je fantasie de vrije loop. Het kasteel werd verwoest in 1554, maar met een beetje verbeelding komt het middeleeuwse kasteelleven zo weer tot leven tijdens je bezoek.

Lang, heel lang geleden was het kasteel van Montaigle eigendom van de familie ‘de Berlaymont’. Op een dag merkte Gilles de Berlaymont een wondermooie, jonge vrouw op in het bos. Het was Midone, de dochter van de heer van Bioul, die al jarenlang in onmin leefde met de familie van Gilles. Toen de vader van Midone hoorde dat ze met Gilles wou huwen, besloot hij de aanval in te zetten op kasteel Montaigle. Midone probeerde tussen te komen in een gevecht tussen haar geliefde en haar vader, maar liet hierbij het leven.

Spoorfietsen naar Maredsous

Aan het voormalige station van Falaën kan je een railbike huren om over de oude spoorlijn naar Maredsous te trappen, dwars door de vallei van de Molignée. Dit traject is ongeveer zes kilometer lang, heen en terug. De heenweg vergt best wat inspanning, maar op de terugweg hoef je dan weer amper te trappen. Een ongewoon leuke activiteit!

Beloon jezelf na het spoorfietsen met een fris Maredsous biertje en een kaasschotel in de abdij. Vanaf het eindpunt van de railbikes is het ongeveer nog een kwartier wandelen. Wil je meer ontdekken over de abdij van Maredsous, dan kan je een rondleiding volgen. Tijdens de schoolvakanties zijn er dagelijks rondleidingen mogelijk op vaste tijdstippen. Buiten deze periodes is de abdij enkel te bezoeken in het weekend en op feestdagen. Wees er je wel van bewust dat er slechts bepaalde delen van de abdij opengesteld worden voor bezoek. De abdijkerk is gewoon vrij toegankelijk.

Veel minder bekend is de abdij van Maredret, op wandelafstand van Maredsous. Daar leeft tot op de dag van vandaag een gemeenschap van benedictijnse zusters. De abdij kan niet bezocht worden, maar er is wel een winkeltje met handgemaakte producten (kaarsen, schilderwerk, keramiek etc.).

Celles, een lange geschiedenis  

Celles behoort met z’n historische dorpskern tot de mooiste dorpen van Wallonië. De stenen kruisweg nabij de kerk brengt je naar een voormalig klooster bovenop een heuvel, van waar je een prachtig uitzicht hebt over het dorp. Volg de bordjes met de rode driehoek om naar het kasteel van Vêves te wandelen. Het betreft een rondwandeling van zo’n zeven kilometer. Het sprookjeskasteel is al eeuwenlang in het bezit van dezelfde familie: de Liedekerke Beaufort. Desalniettemin wordt het kasteel geregeld opengesteld voor bezoek. Kinderen kunnen er zelfs op schattenjacht, verkleed als ridder of prinses.

In de kerk van Celles kan je een kijkje nemen in twee ondergrondse cryptes. Het imposante, Romaanse bouwwerk werd genoemd naar de heilige Hadelinus, die zich in de 7e eeuw als kluizenaar vestigde in deze regio en er verschillende mirakels zou verricht hebben.

Isabel

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.